Loopt jouw peuter weg als hij/zij de kans krijgt?

Zodra peuters zich kunnen verplaatsen, beginnen ze hun omgeving te verkennen. Het is dan belangrijk dat je als ouder voldoende toezicht houdt en goed let op de veiligheid. Je peuter kan immers zo ineens weglopen als hij/zij de kans krijgt.

Om te voorkomen dat je kind wegloopt is het belangrijk om snel en resoluut te handelen. Stimuleer je kind om dicht bij je te blijven. Dat moet aantrekkelijker zijn dan de spanning van het weglopen

Tip 1

Neem de tijd om het je kind te leren. Begin met een korte wandeling van ongeveer vijf minuten op een veilige plaats, zoals een park of een rustige straat. Vermijd drukke plaatsen totdat je kind heeft geleerd in de buurt te blijven.

Tip 2

Bereid je kind voor. Leg uit waar jullie naar toe gaan en wat je wilt dat je kind doet: “We gaan naar de winkel om brood te kopen. Denk er aan dat je dicht bij me blijft tijdens het lopen.”

Tip 3

Stimuleer gewenst gedrag en geef je kind in het begin veel complimentjes als hij/zij bij jou in de buurt blijft. Doe dit voordat je peuter de kans krijgt om weg te lopen. Praat tijdens het wandelen en wijs op bloemen, vogels en andere interessante dingen. 

Tip 4

Als je merkt dat je peuter weg wil lopen, vertel dan direct wat hij/zij moet doen: “Je bent te ver weg. Kom terug bij mama.” Als je kind terug komt, prijs hem/haar dan: “Heel goed van jou dat je meteen terug komt.” 

Tip 5

Als je kind niet terugkomt of weer wegloopt, ga er dan snel naar toe en pak hem/haar vast. Zeg wat je peuter verkeerd doet en pas een consequentie toe: “Je blijft niet dicht bij papa, dus moet je de volgende twintig stappen mijn hand vasthouden.” Negeer klagen en protesteren en ga geen discussie aan. 

Tip 6

Gebruik zo nodig ‘even stilzitten’. Zet je peuter als hij/zij nog niet luistert even op de stoep of aan de kant. Zeg dat hij/zij 30 seconden stil moet zitten voordat jullie verder gaan. Geef hem/haar verder geen aandacht. Als je kind blijft tegenstribbelen neem hem/haar dan mee naar huis en probeer het een volgende keer opnieuw. 

Tip 7

Bespreek het uitstapje aan het eind. Prijs je kind als hij/zij de meeste tijd dicht bij jou in de buurt is gebleven. Is dit niet het geval, vertel dan wat je wilt dat hij/zij de volgende keer doet. Plan een nieuw uitstapje: “We gaan morgen naar de brievenbus. Dan kunnen we kijken of je er aan denkt om dicht bij papa te blijven.”
Voor meer informatie kun je terecht bij de jeugdverpleegkundige {consultatiebureau 0 tot 4 jaar} of bij Loes.
(1828 5419 beoordelingen)

Terug naar boven