Hoe bepaal je na een scheiding welke omgangsregeling goed bij jullie kind past?

Alle scheidende ouders, die samen het gezag hebben over hun minderjarige kinderen, hebben de verplichting om tot een ouderschapsplan te komen. Zowel bij het uiteengaan na samenwonen, ontbinding van geregistreerd partnerschap, als bij beëindiging van een huwelijk. Het opstellen van een ouderschapsplan kan onder begeleiding van een professional (advocaat/mediator/echtscheidingsdeskundig/hulpverlener) gebeuren. Ouders kunnen ook zelf een ouderschapsplan opstellen. In het ouderschapsplan moeten ten minste afspraken staan over:

  • Verdeling van de zorg voor de kinderen (een omgangsregeling)
  • Alimentatie voor de kinderen
  • Informatie-uitwisseling: ouders moeten elkaar op de hoogte houden over hun kinderen

Het is de bedoeling dat je je kind betrekt bij het opstellen van het ouderschapsplan. De mate waarin dit mogelijk is, is uiteraard afhankelijk van de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van je kind. In het plan moet je melding maken op welke wijze je kind betrokken is geweest bij het opstellen ervan. Op internet zijn verschillende voorbeelden te vinden van ouderschapsplannen. De één uitgebreider dan de ander. Kijk bijvoorbeeld eens op www.conflictbemiddeling.nl. Op deze site kun je zelf een ouderschapsplan opstellen. Er staat ook een handzaam voorbeeld op. Eén van de punten die in het ouderschapsplan omschreven moet staan, is de omgangsregeling. Om tot een regeling te komen die goed bij de leeftijd en de ontwikkelingsfase van je kind past, volgen hier adviezen verdeeld per leeftijdsfase:

0 tot 2 jaar

Voor kinderen in deze leeftijd is een omgangsregeling vaak heel verwarrend. Dit kan zich uitten in angst en slaapproblemen. Ouders denken in zo’n geval vaak dat de andere ouder te weinig rekening houdt met de behoefte van het kind. Meestal heeft dit (nieuwe) gedrag meer met verwarring bij je kind te maken. In deze leeftijd heeft hij/zij behoefte aan veel korte contacten, dicht op elkaar. Het kan ook een goed alternatief zijn om de niet verzorgende ouder het kind in zijn/haar eigen omgeving te laten bezoeken om daar een stukje van de zorg op zich te nemen.

2 tot 6 jaar

Bij een kind in deze leeftijd is het tijdsbesef nog niet voldoende ontwikkeld. Als één ouder verdwijnt, kan de andere ouder ook verdwijnen. Hierdoor is het kind sterk gericht op de verzorgende ouder. Vooral jongere kinderen verheugen zich erg op de komst van de andere ouder, maar willen tegelijkertijd niet weg zonder de verzorgende ouder. De wisselingen kunnen dus gepaard gaan met veel stress. Peuters van 2 tot 3 jaar blijven het meest betrokken bij hun vader of moeder als ze die minstens wekelijks kunnen ontmoeten. Hoe ouder het kind wordt, hoe beter hij/zij een langer durend bezoek (en eventueel minder frequent) weet te hanteren. Tegenwoordig wordt ook vaak voor een ‘week op week af regeling’ gekozen. Met deze regeling wonen de kinderen afwisselend bij de ene en de andere ouder.

6 tot 9 jaar

In deze leeftijdsfase kan je er voor kiezen om de bezoeken bij de niet verzorgende ouder langer te laten duren dan bij kinderen onder de 6 jaar. Denk bijvoorbeeld aan één of meerdere overnachtingen achter elkaar bij de niet-verzorgende ouder of een ‘week op week af regeling’. Probeer kinderen rond de leeftijd van 8 jaar in de omgangsregeling te betrekken. Luister als ze zelf aangeven dat ze op een bepaald weekend liever thuis zijn, bijvoorbeeld voor een verjaardag of een andere activiteit. Kom samen tot een goede oplossing om elkaar toch voldoende te blijven zien.

9 tot 12 jaar

In deze leeftijd kan je kind het prettig vinden om op eigen initiatief tussendoor contact met de andere ouder op te nemen via de telefoon of via de mail. Als jullie niet te ver uit elkaar wonen kan hij/zij het ook prettig vinden om tussendoor zelf een bezoek te brengen aan zijn/haar vader of moeder. Kinderen zijn erg gesteld op het nakomen van de afspraken die je met hen (en de andere ouder) maakt over de tijdstippen van ophalen. Ze rekenen erg op de komst van de niet verzorgende ouder. Het is dan ook af te raden om een bezoek op het laatste moment af te zeggen.

12 tot 18 jaar

Voor kinderen in deze leeftijd kan het prettig zijn als bezoekafspraken losser verlopen. Zij willen vaak zelf het initiatief nemen om even langs te gaan wanneer het hun uitkomt. Als de spanning van de scheiding er af is, kan dit ook prima. Zolang er strijd of onduidelijkheid is over de verblijfplaats van de kinderen is dit echter onwenselijk. In dat geval is het beter als er vaste tijden voor het bezoek zijn, zodat dat geen reden kan worden voor touwtrekken. Naast de leeftijdsfase is het van belang dat je bij het bepalen van een omgangsregeling ook rekening houdt met het karakter en andere persoonlijke omstandigheden van je kind. Is hij/zij gevoelig of juist iemand die gemakkelijk om gaat met veranderingen? Waar heeft je kind behoefte aan? Is hij/zij erg gehecht aan de huisdieren of wordt er nooit naar omgekeken? Neem dit mee in de overwegingen en probeer op die manier tot een regeling te komen die het beste bij iedereen past.

Dat neemt niet weg dat alle partijen ook offers zullen moeten brengen. Uitgangspunt moet zijn dat je kind de minste offers hoeft te brengen. Vraag hulp van een professional als je er samen niet uitkomt. Denk bijvoorbeeld aan een mediator of een advocaat. Een maatschappelijk werker kan ook bemiddelen wanneer je als ouders op vrijwillige basis allebei bereid bent om tot goede afspraken te komen. Loopt een omgangsregeling niet naar wens, vraag dan eens wat het project Begeleide Omgangs Regeling van Humanitas voor jullie kan betekenen (BOR Twente). Voor meer informatie en aanmelding kun je kijken op de website van BOR Twente.

Tips rondom echtscheidingen

Vertel je kind over de scheiding
Vind in Twente hulp bij het scheiden
- Begeleid je kind voor, tijdens en na de scheiding

(0 0 beoordelingen)

Terug naar boven