Ken jij een kind dat opgroeit met een familielid die langdurig ziek is of problemen heeft?

Het kan je eigen kind zijn, een vriendje of vriendinnetje daarvan, of een kind dat bij jou in de straat woont. De kans dat je zo’n kind kent is groot, want zeker 1 op de 10 van de kinderen maakt het mee: een familielid met een ziekte, een beperking, verslaving of een psychisch probleem. Deze kinderen hebben het vaak niet makkelijk. Ze maken zich veel zorgen, moeten al jong zelfstandig zijn en door de situatie is er niet altijd voldoende aandacht voor ze. Je kunt als volwassene vaak meer betekenen dan je denkt. Kleine dingen kunnen veel verschil maken voor een kind.

Loes geeft tips.

Tip 1

Biedt een vertrouwde plek om te praten. Voor kinderen en jongeren kan het enorm helpen als ze hun hart bij je kunnen luchten. Bied een luisterend oor en vraag het kind eens hoe het met hem of haar zelf gaat in plaats van te informeren naar degene die zelf ziek of beperkt is. Wees niet bang om vragen te stellen. Het kind in kwestie geeft zelf wel aan wanneer hij of zij ergens niet over wil praten. Maak de zaken ook niet al te zwaar, maar vraag door naar de feiten, zodat het kind de ruimte krijgt om te vertellen.
Bedenk verder dat het voor kinderen soms best moeilijk is om te praten over de situatie thuis. Kinderen en jongeren houden veel van het gezinslid dat ziek is of problemen heeft. Ze zijn heel zorgzaam ingesteld. Praten over problemen kan dan voelen als “de vuile was buitenhangen” of ze voelen zich schuldig als ze laten merken dat het voor hen ook moeilijk is. Laat merken dat je dat begrijpt. Gaat het om je eigen kind, vertel dan duidelijk aan je kind dat je het goed vindt als hij of zij ook buiten het gezin mensen in vertrouwen neemt. Kinderen hebben het nodig om van jou te horen dat dat mag.

Tip 2

Stimuleer het kind in de omgeving te vertellen wat er aan de hand is. Het is handig als bijvoorbeeld de mentor, de begeleider van een sportclub of klasgenoten op de hoogte zijn van wat er speelt. Zo kunnen ze daar rekening mee houden en steun bieden als dat nodig is.

Tip 3

Zorg voor ontspanning. Wie goed in z’n vel zit kan beter tegen stress. Ga samen met het kind sporten of een dagje uit. Voor sommige kinderen is het heel fijn om een (logeer)adres te hebben waar ze even bij kunnen komen. Leg aan het kind uit dat soms even ontspannen niet egoïstisch is, maar juist nodig om het goed vol te kunnen houden.

Tip 4

Help het kind met informatie zoeken over de ziekte of het probleem van het familielid. Het helpt kinderen als ze weten wat er aan de hand is en wat ze te wachten staat. Degene die ziek is of een probleem heeft kan soms zelf uitleggen wat er aan de hand is, maar ook de (huis)arts, de consulent jonge mantelzorgers en patiëntenverenigingen kunnen meer vertellen. Je kunt ook samen met het kind zoeken in de bibliotheek of op internet. Iedere situatie en ziekte is anders, dus het is belangrijk om goed na te gaan of de informatie relevant is en klopt.

Tip 5

Help het kind met op tijd om hulp vragen. Het is belangrijk dat kinderen niet te lang doorlopen met lichamelijke klachten, met slaap- of concentratieproblemen, angsten of gevoelens van woede, met eenzaamheid of verdriet.
De consulent jonge mantelzorgers, de huisarts, de mentor op school of een maatschappelijk werker kunnen helpen. Leg het kind uit dat hij of zij met een hulpverlener kan afspreken wat zijn of haar ouders wel en niet mogen weten over wat ze vertellen.

Tip 6

Moedig het kind aan iets positiefs te doen met de ervaringen. Schrijven, schilderen, toneelspelen of sporten: misschien staat het hoofd van het kind er niet naar. Toch kunnen zulke bezigheden een uitlaatklep zijn en helpen ervaringen te verwerken.

Tip 7

Steun komt nooit te laat. De ouder kan in een verpleeghuis zijn gaan wonen, de broer of zus kan overleden zijn, of het kind woont (even) niet meer bij de zieke ouder thuis. Als het zorgen stopt, stoppen de zorgen niet. Afscheid nemen, iemand missen of rouwen kost tijd en energie. Het kan best zijn dat het kind pas aan het verwerken van ervaringen toekomt als alles weer gewoon zijn gangetje lijkt te gaan. Juist dan kunnen ze behoefte hebben aan praten of contact met iemand die hetzelfde heeft meegemaakt.

Tip 8

Breng het kind in contact met lotgenoten. Iemand die hetzelfde meemaakt als jij heeft aan een half woord vaak genoeg. De Stichting Informele Zorg Twente organiseert daarom activiteiten om jonge mantelzorgers (leeftijd 4 t/m 21 jaar) met elkaar in contact te brengen. De activiteiten zijn afwisselend en ontspannend: er moet niets. Als het kind er tegenop ziet om alleen te komen, dan mag de eerste keer in overleg een broer, zus, vriend of vriendin mee. Daarnaast biedt SIZ Twente ook mogelijkheden voor individuele ondersteuning. Er zijn ook patiëntenverenigingen. Zij geven informatie en organiseren ook ontmoetingen voor patiënten en hun familieleden.

Kijk op www.siztwente.nl voor meer info en het actuele aanbod.
 

(654 1898 beoordelingen)

Terug naar boven