Wat is ringworm?

Ringworm (tinea capitis) is een schimmelinfectie van de ...

Lees meer...

Print | Stuur door

Hoe voer je een positief gesprek met je tiener?

Door regelmatig gesprekjes te voeren met je kind en zelf het goede voorbeeld te geven leert je kind om te luisteren naar de ander, zijn/haar ervaringen te delen, emoties te uiten, een mening te geven en oplossingen te bedenken voor een probleem.

Tip 1
Neem de tijd voor een gesprek en toon dat. Eventueel kun je samen een gesprek uitstellen tot een moment dat je allebei wél tijd hebt. Wees niet alleen gericht op huiswerk of schoolzaken, maar vraag ook regelmatig naar andere dingen die je kind bezig houden. Hierdoor zal je kind ook makkelijker en prettiger over schoolzaken praten. Je kunt ook leuke gesprekken voeren over muziek, tv-programma's, films of andere dingen die je kind interesseren.

Tip 2
Stel open vragen. Door open vragen te stellen geef je je kind de gelegenheid om de inhoud van het gesprek te bepalen. Hij/zij heeft zo meer inbreng in het gesprek. Open vragen beginnen met een vraagwoord zoals: hoe, wie, wat, waar, wanneer en welke. Bij gesloten vragen geeft je kind een kort antwoord met ja, nee, goed of leuk.

Tip 3
Kies één gespreksonderwerp. Als je ergens over wilt praten is het goed om je alleen daar bij te houden. Haal geen andere onderwerpen erbij. Benoem dit onderwerp ook concreet naar je kind: “Ik wil graag even praten over je huiswerk”.

Tip 4
Luister actief en open je oren voor het verhaal van je kind. Zeg nog niets en laat je eigen gedachten in eerste instantie voor jezelf. Ga niet zelf een invulling geven aan het verhaal van je kind. Toon interesse in het verhaal van je kind en stel vragen om te weten of je je kind begrijpt.

Tip 5
Vertel wat je zelf ervaart. Nadat je je kind hebt begrepen kun je vertellen wat je voelt en denkt. Doe hierbij niets af aan het verhaal van je kind, maar zet jou kant náást het verhaal van je kind. Je kunt dit heel goed doen in de vorm van een ik-boodschap: “Ik maak me zorgen wanneer jij een half uur te laat thuis komt” klinkt beter dan “Nou ben je weer te laat”.
Tip 6
Geef positieve aandacht: juist bij conflicten is positieve aandacht heel belangrijk. Vertel je kind bijvoorbeeld dat je het fijn vindt dat je kind heeft vertelt wat hij/zij denkt. Als je kind zelf geen positief gedrag vertoont, kun je het voorbeeld geven. Laat op een positieve manier merken dat je je kind wil helpen.

Tip 7
Zoek naar gewenste situaties. Het is een fabeltje dat bij een ruzie of conflict één persoon moet winnen en de ander moet verliezen. Zoek samen met je kind naar alle mogelijke situaties waarin jullie allebei tevreden zijn.

Tip 8
Maak afspraken over hoe je met elkaar praat. Doe dit in een positieve vorm, wat wenselijk is. Bijvoorbeeld: “op een rustige toon praten, met een vriendelijke stem praten, de ander laten uitpraten.” Zet de afspraak op papier zodat het voor allebei duidelijk is wat er verwacht wordt. Een afspraak op papier laat zich ook makkelijker evalueren.

Tip 9
Als de spanning te hoog oploopt kan het gebeuren dat je als ouder niet in staat bent tot luisteren en rustig praten. Probeer op zo'n moment niet om een goed gesprek te voeren, maar geef je kind aan dat je er later op terug zult komen.