Plast jouw kind 's nachts in bed?

Veel kinderen beginnen aan de basisschool terwijl ze thuis ‘s ...

Lees meer...

Print | Stuur door

Heeft jouw baby moeite met een nieuw voedingsschema?

Rond de 6 maanden verandert er veel in de voeding van je kind. Nadat je kind maandenlang heeft genoten van volledige borstvoeding of flesvoeding, is het van belang om langzaam te wennen aan vaste voeding. Zo kom je tegemoet aan de natuurlijke ontwikkeling van de mondmotoriek en de behoefte aan andere voedingsstoffen.  Voor veel ouders en baby's is het even zoeken en wennen om een hierin een nieuw ritme op te pakken. Het opbouwen van vaste voeding  gaat stapje voor stapje en duurt ongeveer een half jaar.


Tip 1
Naast alle veranderingen kun je borstvoeding gewoon blijven geven op de manier die je gewend bent. De samenstelling van de moedermelk past zich vanzelf aan aan de behoefte van het kind. Bij kunstvoeding ligt dit anders. Daarom wordt aan flesgevoede kinderen vanaf een half jaar opvolgmelk (= zuigelingenvoeding vanaf een half jaar) geadviseerd. Hier kun je ook pap van maken. Eén van de redenen dat er vanaf 6 maanden drie flessen geadviseerd worden in plaats van vier, is het feit dat een baby maximaal 600/650 ml opvolgmelk (= zuigelingenvoeding vanaf 6 maanden) per dag mag drinken. Dit heeft te maken met de samenstelling van de melk. Opvolgmelk is rijk aan ijzer, goede vetten en bevat minder eiwitten in vergelijking met gewone koemelk. Vaste voeding gaat nu ook een vaste plaats innemen in het dagmenu en levert ook belangrijke voedingsstoffen. Het advies is om ongeveer uit te komen op 600 ml opvolgmelk per dag. Heeft je kind van 6 maanden nog veel behoefte aan melk, ga dan iets langer door met de zuigelingenvoeding van 0 - 6 maanden. Dat geeft jullie wat meer tijd om aan de nieuwe situatie te wennen. De behoefte aan melk vermindert geleidelijk in het tweede half jaar. Baby's van 5 à 6 maanden drinken ongeveer 1000 ml melk per dag. Baby's van 12 maanden nog 300 tot 500 ml. Na 1 jaar eet uw kind met de pot mee en is 300 ml melk –of melkproducten voldoende

Tip 2
Probeer niet koste wat het kost om alle nieuwe dingen tegelijk in te voeren. Soms is dat te veel voor een baby. Kies 1 voedingsmoment om mee te beginnen.
Start  bijvoorbeeld met een paar theelepels groente per dag aan te bieden naast de melkvoeding. Als het goed gaat kun je de hoeveelheid verder opbouwen en op een ander moment op de dag fruit aan bieden. Krijgt je kind borstvoeding, geef de groente dan na een borstvoeding, of tussen twee borstvoedingsmomenten in. Hierdoor blijft de borstvoeding voldoende gestimuleerd.
Als je flesvoeding geeft, en je kind is gewend aan groente en fruit, dan kun je een fles vervangen door een groentehap met een toetje. Als toetje kun je een beetje yoghurt of een halve fles melk geven. Het kan helpen om een paar dagen achter elkaar dezelfde groente- of fruitsoort te geven, zodat het smaakje vertrouwd is.

Tip 3
Als de groentehap goed gaat, kan brood de volgende stap zijn. Je kunt ook weer beginnen met brood in combinatie met borstvoeding of een (halve) fles. Brood eten kan soms erg moeilijk gaan. Brood vraagt namelijk om een heel andere eettechniek dan flessen of eten van een lepel. Brood heeft een andere structuur dan melk en fruithapjes. Soms hebben baby's weken of zelfs maanden nodig voor dit echt goed gaat. Als je baby begint te kokhalzen en te spugen, is dat echt niet vreemd. Dit wil niet zeggen dat je kind nog niet toe is aan brood of dat je hiermee moet stoppen.

Tip 4
Begin met wennen aan de smaak en structuur van brood, door er een spelletje van te maken op een moment dat je kind wakker en uitgerust is en niet al te hongerig. Geef brood in stukjes, eventueel natgemaakt in melk of geef een broodkorst. Blijf in de buurt van je baby. Oud brood plakt minder dan vers brood. Veel kinderen eten rond de leeftijd van 9 of 10 maanden een halve tot hele boterham en daarna borstvoeding of een (tuit)beker opvolgmelk.

Tip 5
Als het na een dag of tien oefenen nog niet goed gaat met een nieuwe voedingsstof, stop dan even met dit voedingsmiddel. Probeer dit dan na 14 dagen opnieuw. Hiermee krijg je de rust terug. Kijk naar je baby om te zien wat al lukt en of hij/zij al toe is aan de volgende stap. Door hier ontspannen mee om te gaan, blijft het eten een gezellig moment.

Heb je vragen? Neem dan contact op met Loes of met je consultatiebureau.